Integratie-proces Turkse Nederlanders

De Turkse gemeenschap is onherkenbaar voor de Nederlandse politiek en media, tenzij er negatieve berichten zijn. Tegelijkertijd verliest de gemeenschap in een snel tempo het overzicht van de politiek beladen onderwerpen dat over deze gemeenschap en hun organisaties wordt gevoerd.

Integratie-proces Turkse Nederlanders

De Turkse gemeenschap is onherkenbaar voor de Nederlandse politiek en media, tenzij er negatieve berichten zijn. Tegelijkertijd verliest de gemeenschap in een snel tempo het overzicht van de politiek beladen onderwerpen dat over deze gemeenschap en hun organisaties wordt gevoerd.

Integratie-proces Turkse Nederlanders
18 November 2014 - 07:51

Integratie is een natuurlijk proces in een maatschappij waarin verschillende groeperingen bestaan. Niemand zal dit proces kunnen stoppen en al helemaal niet de integratie van de Turkse Nederlanders. Het bewustzijn over de eigen identiteit is binnen de Turkse gemeenschap aanwezig. Daarnaast heeft de gemeenschap er altijd in geloofd dat het integratieproces in de Nederlandse maatschappij goed is voor het individu en de gemeenschap als geheel. 

'Integratie' kan echter niet gestimuleerd worden door onderzoeksrapporten uit te brengen en daarmee Turkse jongeren te stigmatiseren, of Turkse organisaties een bepaalde kleur te geven. De afgelopen week is er een onderzoek van Motivaction (in opdracht van FORUM) gepubliceerd waaruit geconcludeerd wordt dat 87% van Turks-Nederlandse jongeren het goed vindt dat er onder Nederlandse moslims steun is voor IS (Islamitische Staat, voorheen ISIS), en 90% Syriëgangers als helden ziet.



In werkelijkheid bestaat er echter in tegenstelling tot deze percentages een afschuw binnen alle lagen van de Turkse gemeenschap. De Turkse Federatie Nederland is verontwaardigd dat dit soort dubieuze onderzoeken worden gebruikt en breed in de media plaats krijgen. Dit wordt dubieus gevonden vanwege de verbazing van bijzonder hoogleraar Jelke Bethlehem en zijn collega’s survey-methodologie aan de Universiteit Leiden over de gebruikte onderzoeksmethode (quotasteekproef). Zij vinden dat de uitvoering van het onderzoek behoorlijk rammelt. Wat ook belangrijk is, is dat de opdrachtgever van het onderzoek, FORUM, van het ministerie van Sociale Zaken en werkgelegenheid per 1 januari 2015 geen subsidie zal ontvangen omdat deze niet meer voldoet aan de eisen van deze tijd. FORUM zou zich niet kunnen ontwikkelen tot een 'kwalitatief hoogwaardige, flexibele kennismakelaar' op het gebied van integratie. 



De Turkse Federatie Nederland benadrukt dat Turkse-Nederlanders, inmiddels al een halve eeuw gevestigd in Nederland, niet meer herkenbaar willen worden gemaakt met onderzoeken die de realiteit niet weergeven. Daarom staat de Turkse Federatie Nederland achter de Turks-Nederlandse gemeenschap die de stem probeert te laten horen dat het onderzoek niet deugt. Helaas is het kwaad al geschied en heeft het onderzoek al bijgedragen aan een onjuiste verbeelding van de autochtone Nederlanders over de Turkse Nederlanders. 



Een ander belangrijke gebeurtenis is het gedwongen vertrek van de Kamerleden Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk uit de PvdA fractie na hun kritiek op het integratiebeleid van Minister Asscher. 



De minister vraagt of vier Turkse stromingen en organisaties in Nederland activiteiten verrichten in het kader van het versterken van de Turks-islamitische identiteit en of deze activiteiten gepaard gaan met het afstand nemen van Nederlandse gewoonten, normen en waarden. De Turkse Federatie Nederland vat dit op als het niet accepteren van de Turks-islamitische identiteit van de Turkse Nederlanders. Veel Turkse Nederlanders beschouwen de Turks-islamitische identiteit als van henzelf en niet alleen van de vier genoemde Turkse stromingen en organisaties. De gemiddelde Turkse Nederlander is een Nederlander met een Turks-islamitische identiteit. Al 50 jaar heeft de Turks-islamitische identiteit een positieve en bijzondere plek in Nederland verworven. Tegelijkertijd vragen wij ons af wanneer etnische minderheden en hun rechten in Nederland, althans in de Nederlandse politiek zullen worden geaccepteerd.



Minister Asscher heeft aangekondigd dat er een jarenlange monitoring van vier Turkse stromingen en organisaties zal beginnen. Wij zijn van mening dat als er problemen zijn, dit door de minister concreet benoemd moet worden. Als de minister stelt dat er intransparantie is bij organisaties, dan mag er helderheid worden opgevraagd door de Nederlandse overheid van de betreffende organisatie, maar binnen het kader van de rechtsstaat.

De minister vermoedt beïnvloeding vanuit het buitenland doordat het budget van het bureau Turken in het buitenland en Yunus Emre Instituut vanuit de Turkse overheid sterk is gegroeid en tevens dat het aantal medewerkers op de Turkse ambassades is toegenomen. Als de minister actieve bemoeienis vanuit het buitenland met Nederlandse aangelegenheden suggereert, dan is het de taak van een soevereine staat om dit op interstatelijk niveau aan te kaarten. 



Minister Asscher is naar onze mening het antwoord verschuldigd op de volgende vragen:

 1) Gelooft hij dat de Turkse organisaties een positieve rol kunnen spelen bij de integratie?

Hierbij willen wij de kanttekening plaatsen dat gerichtheid op de eigen groep contacten met autochtonen niet uitsluit. In het onderzoek (p.12) van het rapport 'Dichter bij elkaar? De sociaal-culturele positie van niet-westerse migranten in Nederland' van november 2012 van het Sociaal en Cultureel Planbureau wordt geconcludeerd dat de Turkse Nederlanders het sterkst op de eigen groep gericht zijn, maar toch ook regelmatig contact onderhouden met autochtone Nederlanders.



2) Is de minister van mening dat een ongeorganiseerde Turkse gemeenschap beter zal integreren, en zo ja, waarom? 



3) Wanneer wordt de Turkse Nederlander, die al ruim 50 jaar lang in Nederland is, als een 'gevestigde Nederlander' beschouwd? Hoe kunnen Turkse Nederlanders als gelijken worden beschouwd in het kader van integratie als een wederzijdse inspanning? 



In de kamerbrief van 19-02-2013 (2013-000001551) waarin minister Asscher de visie van het kabinet op integratie aan de Tweede Kamer heeft gezonden, meldt de minister dat in het kader van integratie als een wederzijdse inspanning het uitgangspunt is dat van gevestigde Nederlanders verwacht mag worden dat zij migranten de ruimte bieden en hen als gelijken accepteren.



Bovengenoemde brief meldt dat van gevestigde Nederlanders verwacht mag worden dat zij migranten de ruimte bieden en hen als gelijken accepteren. Naar onze mening dient dit een verplichting te zijn.

Over het vertrek van de Kamerleden Kuzu en Öztürk uit de PvdA fractie op 13 november 2014, omdat zij het integratiebeleid van de minister hebben bekritiseerd, is de Turkse Federatie Nederland van mening dat de politieke geloofwaardigheid van de PvdA (zware) schade heeft opgelopen. Zij heeft wederom gekozen voor uitsluiting en onverdraagzaamheid in plaats van solidariteit, vrijheid en gelijke rechten. Wat ons betreft mag de PvdA haar partijverklaring op 12-11-2014 waarin zij integratie heeft aangemerkt als de kern waar de sociaaldemocratie voor staat weer intrekken. Na de ervaring uit het verleden, in het bijzonder in 2006 waarin PvdA kandidaten van Turkse afkomst voor de Tweede Kamer verkiezingen van de kandidatenlijst werden geschrapt, hadden we gehoopt dat PvdA van haar fouten had geleerd. Het vertrek van de Kamerleden Kuzu en Öztürk druist ook in tegen de veelzijdige democratie die PvdA heeft bepleit in haar beginselmanifest, die in de politiek het beginsel van één persoon, één stem de basis dient te blijven voor elke vorm van politieke machtsuitoefening.

De perceptie van de Turkse Federatie Nederland over politieke discriminatie in Nederland blijkt helaas een realiteit te zijn. Wat ons betreft mag dit onderwerp geagendeerd worden voor het algemeen overleg van de vaste Tweede Kamer-commissie voor Binnenlandse Zaken, dat op 27 november 2014 zal plaatsvinden.



COMMENTAREN

  • 0 Commentaar